PKN
Welkom op de website van de Protestantse Gemeente 'De Graankorrel'
  Home Gastenboek   Over ons Contact Bloemengroet Overdenking   Meer overdenkingen In memoriam   Kerkdiensten Agendapagina Kerkblad KSSK Kerkenraad   Diaconie   Collecten Spaaractie Zending Geldzaken Privacyverklaring   ANBI   Historie Kerkgebouw Verhuur Protestants pionieren De Dillewijn
 
Over verdriet Over verdriet
Bij de gedachtenis van de overledenen in ´De graankorrel´ op zondag 3 november 2013
Verdriet hoort bij het leven. Huilen is het eerste wat een mens doet, mét ademhalen. Letterlijk en figuurlijk was je aan je moeder ‘gehecht’, maar ze zetten de schaar er in. Groot verdriet. Het eerste afscheid. En steeds opnieuw wordt er weer iets in je leven doorgeknipt – door de dood of door het leven, door een ander of door jezelf, en dat doet pijn. Hechten – onthechten – hechten – onthechten … er is geen ontkomen aan – of je moet ophouden met je te hechten aan iets of iemand. Maar dat is geen leven.
Geen leven zonder verdriet. Alles wat je vergaarde of wat je geschonken werd, moet je ook weer inleveren. Je ogen worden minder, je hoort niet meer zo goed, je haar wordt grijs en dun, je begint dingen te vergeten, je moet een borst missen, je verliest je werk, je status. Vrienden verhuizen. De buurt verandert. Op de plaats van het jou zo vertrouwde kerkgebouw komen flats of appartementen. De kinderen gaan uit huis. En alle liefde wordt overschaduwd door het besef dat je beminde breekbaar is en breken zal. Wie van een mens houdt, zal om die mens wenen.
Geen leven dus zonder verdriet. Maar verdriet hoort niet alleen bij het leven, het hoort ook bij geloof. Treuren is een karaktertrek van het Godsvolk. Als het goed is, zijn gelovigen ‘aantrekkelijke’ typen, dus mensen die zich veel aantrekken. Daarin zijn zij heel kwetsbaar. En zij wórden ook gekwetst omdat er zoveel in en om hen heen gebeurt dat hen in hun hart raakt.
Als verdriet bij het leven hoort en ook bij geloof, is er geen reden het weg te moffelen. In de Bijbel doen de gelovigen dat ook niet. Ongegeneerd jammeren ze het uit, ontroostbaar, omdat ze er echt niets meer van begrijpen en vinden dat het tijd wordt dat al die ellende nu eens een keer ophoudt. De verschrikkingen op hun levensweg kunnen ze niet goed rijmen met de tekenen van Gods goedheid; alleen met de grootste moeite houden zij zich staande in die tegenstrijdigheid.
En de omgeving wordt vriendelijk maar dringend verzocht zo’n treurend mens niet meteen van psalm 22 naar psalm 23 te slepen, van het “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ...” naar het “De Heer is mijn herder ...”.
Want eerst zal het leed toch een beetje geleden moeten zijn, en je moet dus niet proberen de leegte krampachtig te vullen. Want zalig die treuren en niet voor hun verdriet op de vlucht slaan; maar zalig ook die rouwenden bijstaan en zo wijs zijn hun gedrag niet abnormaal te vinden!
Pas aan het eind van de Bijbel komt dan toch dat grote woord van de profeet Jesaja er weer uit. In dat visioen over de laatste dingen: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, als de eerste dingen voorbij zijn gegaan. Johannes heeft het visioen dat in de laatste dingen, in de laatste werkelijkheid, God bij de mensen zal wonen om zélf bij ons te zijn en te blijven. Dan wordt de Godsnaam voluit waar: ‘Ik zal er bij zijn’ – ook bij jou, bij jullie.
En God zal alle tranen van de ogen afwissen. Dan zal er geen dood meer zijn, noch rouw, noch moeite, noch geklaag. Hoe dan? Dat weten we niet. Dat kunnen we ons niet voorstellen. Daar kun je alleen maar over dichten en zingen.
Is er dan daar geen ziekte meer, geen levenseinde? Wellicht dat die dingen er nog wel zijn, maar dan heel anders beleefd kunnen worden. Niet langer als geschondenheid omdat de gaafheid domineert, niet langer als gebrokenheid omdat de heelheid sterker is. “Geen kinderen zullen daar sterven; een oud mens zal daar niet voortijdig sterven; en jonge mensen zullen daar pas op hun honderdste sterven” (Jesaja 65,20).
Ik ervaar dat de gemeente ondertussen de plek en de gemeenschap kan zijn waar je je voor je tranen niet hoeft te schamen, waar ruimte kan zijn voor je verdriet, en waar geen te snelle en te goedkope troost wordt bedreven. Dat is op zichzelf al een geweldige troost. En tegelijk is de gemeente de plaats waar het verhaal verteld blijft worden over die Mens van Smarten, over die tranen die afgewist zullen worden. De gemeente is de plaats waar dat visioen wordt vast- en levend gehouden – in liederen en gebeden.
In zo’n gemeente is het al een beetje hemel op aarde. In zo’n gemeente zul je opstaan en lachen en juichen en leven, omdat daar Gods eigen glimlach over jouw bestaan ligt. In zo’n gemeente word je gedragen door Gods zegen, omdat de gezegenden daar jou tot zegen zijn.
ds. Reinier Beltman
terug
 
 
Bethlehemkerk
Kijk hier naar de diensten in de Bethlehemkerk (kerkdienstgemist.nl).
 
Afscheid 'de Graankorrel'
Beluister hier de rondgang door de kerk met woorden van afscheid.

Klik hier voor de Orde van Dienst.

Klik hier voor de afscheidspreek van ds. Annemieke Parmentier.

Klik hier om de gehele dienst te beluisteren.
 
Geschiedenis van Geref. ’s-Graveland
meer
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.